Hoekig en rond. Jeanette Peters
Dat prachtige boek van die stam in de binnenlanden van Afrika ligt voor me op tafel. Ik blader er wat in en plotseling valt het me op. Ik zie op de foto’s bijna geen hoeken of rechte lijnen. Rond zijn de hutten, net als de daken van stro en de krukjes die als zitplaats dienen. De gebruiksvoorwerpen hebben ronde vormen. Rond is ook de stookplaats, de dierenkraal en het dorpsplein. Rond buigen de paden om het dorp heen… Is dat niet hetzelfde bij de oorspronkelijke culturen van de indianen, de Inuit in het hoge noorden en de Papoea’s in Nieuw-Guinea?
Als ik om me heen kijk, zie ik ineens dat zeker negentig procent van datgene waarmee ik me omringd heb, wél die rechte lijnen en hoekige vormen heeft. Het huis zelf en de kamers waarin het verdeeld is. De tafel en de open haard, de ramen en kasten, schilderijen en boeken, het schrijfpapier en de geluidsinstallatie, de radiatoren en bedden, het grasperk en de stoeptegels… Waarom zou het zo ook niet zijn? Ik voel me er in thuis en ongetwijfeld is het functioneel. Alleen, zouden die alsmaar herhaalde rechte lijnen, dat hoekige overal, nou helemaal geen terugslag hebben op mijn dagelijks leven en mens-zijn? Rechtlijnigheid die duidelijkheid symboliseert, overzicht en structuur. Zou het mogelijk zijn dat diezelfde rechtlijnigheid eveneens symbool staat voor al te grote zakelijkheid, voor verstarring zelfs? Zouden de buigende lijnen en zachte rondingen die de ‘primitieve’ volken zo vaak omgeven, misschien te weinig uitnodigend zijn voor ons exacte denken, waarin de ratio zo’n grote rol speelt? En beheersbaarheid? En logica?
Die logica, beheersbaarheid en ratio blijken soms haaks te staan op het leven zoals het is: een proces. Processen kennen geen rechte lijnen, dat zijn golfbewegingen. Alles en iedereen constant in beweging. Steeds van de ene situatie naar de andere gaand. Stromend, veranderend en vernieuwend. Goedschiks of kwaadschiks. In het groot en in het klein. Nooit rechtlijnig. Zoals ook onze binnenwereld van ervaringen en gevoelens niet rechtlijnig is.
Als we even die strakke greep laten verslappen, als spontaniteit in het spel is, gaat het ook meteen anders. Wel eens gelet op die paadjes door grasland of veld, ‘stiekem’ ontstaan door honden-uitlaters, wandelaars en hardlopers? Zelden is het een kaarsrechte lijn. Bijna altijd zitten er slingertjes in, maakt het ergens een boog. Zou dat voor een deel juist de aantrekkingskracht van ‘buiten’ verklaren? In de natuur zijn nauwelijks strakke lijnen te vinden. En ons lichaam dan? Alles aan en in ons lichaam is rond, warm, zacht en bestaat uit flexibele onderdelen. Geen rechte lijnen, geen scherpe hoeken. Zou het leven voor ons moderne mensen misschien daarom soms zo’n onoplosbaar raadsel lijken? Waar het vertrouwen op intuïtief weten moest wijken voor meters, cijfers en knoppen. Waar eigen verantwoordelijkheid vervaagde en het zoeken naar diepere waarden of naar iets hogers in het leven vervangen werd door consumptie en snelle bevrediging.
Overigens heeft die ‘strakheid’ op zich veel goeds in zich. Het symboliseert tegelijk eveneens de grote mogelijkheden van het menselijk brein. Daarmee kunnen we afstand nemen, een soort objectiviteit creëren die helpend is voor onze soort. Als er in dat ‘strakke’ leven maar voldoende compensatie blijft. Liefhebben, yoga, fietsen, gedichten lezen, meditatie, spelen met treintjes, een echt gesprek, bevrijdend gelach. Het maakt niet uit, als het maar geen hoeken heeft!
Antroposofen zijn westerlingen die het anders doen. Zij hebben dat hoekige niet in hun vormgeving. Zij werken met gebogen lijnen, afgeronde hoeken.
Misschien is het allemaal ver gezocht, praat ik over dingen die wetenschappelijk gezien kant noch wal raken. Niet logisch. Zweverig. Nattevingerwerk. Het is allemaal waar. Ik zal me niet verder op glad ijs wagen.
Ik keek alleen maar even door een andere bril en ik wist niet wat ik zag.
Jeanette Peters is columnschrijfster voor de nieuwsbrief van jezielsplan.nl. Dit artikel is ontleend aan haar boek “Wie bezielt mij. Het alledaagse bespiegeld”

